|
Sir
Herbert Austin maakte er al voor de Tweede Wereldoorlog zijn doel
van om een auto te ontwikkelen voor de 'gewone' man. Deze wagens
moesten, om aan de winst bij te dragen, ook geschikt zijn voor de
exportmarkt. En zo raakte de geschiedenis van het automerk
doorspekt met de ontwikkeling van kleine betaalbare auto's. Deze
types "Seven", de fabrieksaanduiding voor de kleine
auto, lopen er als een rode draad doorheen. De bekendste daarvan
is wel de Mini, die als Austin Seven in 1959 werd gepresenteerd.
De
ontwikkeling van de A30-A35 begint net na de 2e wereldoorlog. In
1949 kwam er een totaal nieuw concept van de teken tafel, ‘the
New Austin A30 Seven' ontworpen door Bob Koto.
De directie vond het niets en wees het design af. In 1950
paste Dick Burzy het ontwerp van Koto aan. Deze keer kon de
nieuwe "Seven" wel de goedkeuring van de directie
krijgen. Althans niet voordat toenmalig bestuursvoorzitter Leonard
Lord een paar aanpassingen aan het ontwerp had gemaakt. En zo
werd de Austin A30 Seven ofwel de AS3 geïntroduceerd.
De
nieuwe Austin A30 Seven zou m.n. op de Engelse markt moeten
concurreren met de immens populaire Morris Minor. Die werd toen
nog geproduceerd door het onafhankelijke Morris, dat later zou
worden overgenomen door Austin.
Nieuw
was, dat de A30 de eerste Austin werd, gemaakt met een chassisloos
carrosserie. Dit betekende niet alleen dat de auto goedkoper
gemaakt kon worden, ook het gewicht werd beperkt. Daardoor kon de
wagen toe met een kleine 4 cilinder, 800cc motor met een twaalf
volts elektrisch circuit.
lees
meer...
|